De mensen pikken corruptie gewoon niet meer
Afriland First Bank stimuleert bedrijven in Kameroen over te stappen van de informele economie naar de formele. Dat lukt, want 'we hebben de bodem bereikt'.
Interview met de directeur van Afriland First Bank in Kameroen uit "De Volkskrant"
'De mensen pikken corruptie gewoon niet meer'
de Volkskrant, Economie, 10 maart 2004
Interview
Van onze verslaggever Douwe Douwes
Afriland First Bank stimuleert bedrijven in Kameroen over te stappen van de informele economie naar de formele. Dat lukt, want 'we hebben de bodem bereikt'.
Is Afrika een verloren continent? Nou nee, zegt Alamine Ousmane Mey: 'We hebben niemand nodig om voor ons te zorgen.'
Mey (38) is bestuursvoorzitter van de Afriland First Bank, een grote bank in Kameroen. Recent sprak hij op een congres voor Nederlanders die zakelijke mogelijkheden in Afrika zien. Mey kwam op uitnodiging van FMO, een Nederlandse ontwikkelingsbank die projecten, bedrijven en banken in ontwikkelingslanden financiert.
Afriland First is een van de succesverhalen van FMO: in de vijftien jaar sinds zijn oprichting is de bank opgeklommen tot de vierde van Kameroen. De bank heeft zo'n driehonderd medewerkers, en een balanswaarde van ruim 325 miljoen euro. Afriland heeft zijn vleugels uitgeslagen naar onder meer Sao Tomé en Equatoriaal Guinee.
De Afriland First Bank werd opgericht in 1988, in een tijd waarin Kameroen in diepe crisis was. 'De mensen gaven te veel uit, en leenden veel te veel. Ze beseften niet dat je de natuurlijke rijkdommen van een land niet eeuwig kunt blijven gebruiken', zegt Mey, die inmiddels tien jaar bij de Afriland Bank werkt. 'Er was veel mismanagement. Toen de wereldmarktprijs van bananen, cacao en koffie ineenzakten, moest de economie ingrijpend worden aangepast.'
Ook de Kameroenese banken kregen klappen: in totaal moest voor 700 miljard CFA franc (ruim een miljard euro) - de munt die in veel voormalige Franse koloniën in Afrika wordt gebruikt - aan leningen worden afgeschreven. Buurlanden als Tsjaad en Gabon zaten in hetzelfde schuitje.
Het betekende het einde van veel banken in Kameroen, die veelal in handen waren van de overheid. Het betekende eveneensde oprichting van Cobac, een instituut dat toezicht houdt op het bankwezen van Kameroen en zijn buurlanden. En het was de tijd waarin Afriland First werd opgericht - destijds onder de naam CCEI. 'De Cobac gaf mensen weer het vertrouwen om geld naar de bank te brengen. Mede daardoor stappen steeds meer bedrijfjes uit de informele economie over naar de formele. Dat is belangrijk: we hebben bedrijven nodig om de economie te ontwikkelen.'
Meys bank levert het hele scala aan financiële diensten: betalingsverkeer, leningen, beleggingen. 'Aangepast aan de omgeving', zegt Mey. 'Zo hebben we een uitgebreid netwerk in het binnenland. Daar woont ongeveer 60 procent van de bevolking. De mensen lenen het geld aan elkaar uit, en wij treden op als controleorgaan. Een beetje zoals jullie Rabobank.'
Inmiddels trekt de Kameroenese economie aan, zegt de topman. De inflatie bedraagt minder dan 4 procent, de handelsbalans is redelijkin evenwicht en de groei bedraagt volgens de officiële statistieken circa 5 procent. Probleem blijft de werkloosheid; die ligt nog altijd rond de 25 procent.
Kameroen is een van de deelnemers aan 'HIPC', een Wereldbankprogramma waarbij arme landen die zwaar in de buitenlandse schulden zitten van hun verplichtingen worden ontheven, mits ze dat geld investeren in hun eigen wegennet, telecom, energie, opleidingen of gezondheidszorg.
De barrières voor economische ontwikkeling zijn hoog. 'De problemen zijn in heel Afrika dezelfde', zegt Mey. 'Je hebt ze op het gebied van wetgeving, van boekhouding,van financiering en van de politiek. Het is overal dezelfde lijst, maar de intensiteit verschilt per land.'
Ook corruptie is nog altijd een probleem van formaat. 'Maar', zegt de bestuurder, 'er komen helderder procedures die corruptie tegengaan, en met de toegenomen transparantie gedijt corruptie minder goed. De mensen hebben niets meer te verliezen, en pikken corruptie gewoon niet meer.'
Ook op andere gebieden veranderen de zaken ten goede, ziet Mey. In hoog tempo worden mobiele netwerken aangelegd, elektriciteitscentrales neergezet en het wordt makkelijker om toegang te krijgen tot kredieten. 'De mensen realiseren zich dat iedereen voor zichzelf hard moet werken wil men iets bereiken. Ze hebben gezien dat het onmogelijk is om op de natuurlijke rijkdommen te blijven teren. We hebben de bodem bereikt. Daar zitten we nu. Ik denk dat we vanaf hier omhoog zullen gaan.'
Copyright: de Volkskrant